10 Maart 2010 - 20:38



Wandelende takken
Wandelende takken
Tijdens een vriendenbezoekje in juni 2002, kwamen wij in aanraking met de wandelende takken. De kinderen vonden het wel spannend, maar ook een beetje eng, om zo'n 100 mm lang insect vast te pakken.
Het is de PSG 1, Carausus Morosus, de Indische wandelende tak. Deze soort is erg eenvoudig te houden en stelt weinig eisen aan voedsel, temperatuur en huisvesting.
Aangezien deze soort wandelende takken, als ze een maand of 2 zijn, per nacht ongeveer 3 eitjes uit poepen, kregen wij zo'n 15 eitjes in een envelopje mee naar huis.
De enige informatie die we mee kregen was dat het wel 3 tot 6 maanden kon duren voordat de eitjes uitkomen en dat ze klimop lusten.

de eitjes met het karakteristieke dekseltje
De eitjes van een wandelende tak

Eenmaal thuis gekomen, snel bij de Boerenbond een plastic terrarium gekocht en alles klaar gezet in de woonkamer. Zodoende konden we het geboorteproces van dichtbij meemaken.
In het begin keken we iedere dag vol spanning naar de eitjes op het keukenpapier in de plastic bak, maar er gebeurde steeds niets.
Het dagelijks observeren werd op den duur wekelijks en na een paar weken waren we de hele bak vergeten. Er werd alleen nog wekelijks vers voer (klimop) in gezet, maar daar bleef het bij.

Ergens in november 2002, moest ik de telefoon opnemen, en naast die telefoon stond die plastic bak met eitjes, en stond ik ineens oog in oog met een 4-tal kleine wandelende takjes.
Deze ca. 10 mm grote insecten worden in dit stadium nymfen genoemd.
Deze nymfen zijn heel kwetsbaar en kun je maar beter niet aanraken met je handen. Beter is het om een penseel te gebruiken.
De nymfen eten meteen klimop, maar een volgroeid blad kan te hard voor ze zijn, dus misschien kun je beter een aantal bladen "kneuzen" zodat de nymfen het gemakkelijker kunnen eten.

de kop van de wandelende tak
De kop van een wandelende tak

Voer
De wandelende takken die wij bezitten lusten eigenlijk alleen groene klimop uit eigen tuin. Ook heb ik liguster en braamblad geprobeerd. Het braamblad lieten ze steeds links liggen, aan het liguster werd af en toe geknabbeld.
Zet je voedseltakjes altijd in vers water, zorg dat de nimfjes niet kunnen verdrinken, door er een dekseltje op te doen. Ik gebruik een klein glazen potje, waarvan ik het dekseltje heb voorzien van een aantal kleine gaatjes om de takken in te steken.
Geef niet te veel blad per keer, verwijder alle dode stukjes blad en alle knoppen en spoel ze af onder de kraan.
Pas met het verschonen van de bladeren op dat je geen kleine wandelende takjes of eitjes weggooit.

Maar pas altijd op dat de blaadjes goed schoon en onbespoten zijn. Niet langs de spoorbaan of snelweg plukken en ook niet waar mensen gif hebben gespoten.

Vervellen
Wandelende takken groeien niet langzaam, maar ze komen iedere keer wat groter uit hun oude jasje. Dat vinden wij dan ook het interessantste aan de wandelende tak.

Ze gaan heel stil op z'n kop aan een stokje of aan het deksel hangen. Hun oude huid barst in de nek open en heel langzaam kruipt de nieuwe wandelende tak eruit. 

Het is erg leuk om naar te kijken en de vervelling wordt meestal weer opgegeten of valt op de bodem, waar je hem kunt laten opdrogen en dan kun je hem bewaren.
Een wandelende tak vervelt 6-7 keer in z'n leventje en wordt bij iedere vervelling ongeveer de helft langer dan voor het vervellen.

Het vervellen is een van de gevaarlijkste momenten in het leventje van een wandelende tak, hij kan vallen en dan gaat het niet goed. Ook moet het in de bak niet te droog of te nat zijn. Gelukkig hebben ze geen natuurlijke vijanden bij ons thuis.

Verliest een nymfe een pootje, dan kan er bij een tweede, derde of vierde vervelling weer een nieuw pootje terug zijn gekomen. Maar in een later stadium gaat dat niet meer.

De leeftijd
De soort die wij hebben wordt als alles goed gaat zo'n anderhalf jaar oud. Ze bereiken dan een lengte tussen de 80 en 100 mm en kunnen groen tot bruin gekleurd zijn.

Soorten
Er zijn zo'n kleine 1.000 soorten wandelende takken bekend. Deze hebben allemaal een PSG nummer gekregen. Er worden jaarlijks nog steeds een aantal soorten ontdekt. Dus de lijst is nog steeds niet compleet.

ze vallen bijna niet op tussen de bladeren
Een wandelende tak tussen takken

Activiteit
Wandelende takken zijn echte nachtdieren. Overdag hangen ze als een echte tak tussen de bladeren en takken. Je moet dan zelf ook af en toe heel goed zoeken om er achter te komen of alles nog in de bak zit.
's Nachts worden ze heel actief en als het heel stil is kun je ze horen eten, of je hoort de eitjes tegen de ruiten van de bak "geschoten" worden.

Dood
Mocht je de wandelende niet meer leuk vinden, gooi ze dan niet zomaar naar buiten of in de de vuilnisbak. Ook verdrinken is niet erg netjes. De beste manier om van je wandelende takken af te komen is om ze in een bakje te doen en vervolgens dit bakje in de vriezer te plaatsen. De wandelende takken gaan dan meteen in winterslaap en in deze slaap gaan ze dan uiteindelijk dood. Zodoende is er geen onnodig leed voor de wandelende takken.

Eitjes
Zoals eerder geschreven produceren de wandelende takken per nacht zo'n 3 eitjes, en als je dan een 10-tal volwassen wandelende takken in je bak hebt zitten gaat het wel heel hard. Als je dan niet oppast heb je in een mum van tijd honderden wandelende takken.
Het beste kun je de eitjes verwijderen bij het verschonen van het voedsel. Gooi de eitjes niet zonder meer in de vuilnisbak oid. Persoonlijk doe ik de eitjes samen met de poepjes in een klein bakje, en zet dit bakje 1 nacht in de vriezer. De eitjes gaan dan "dood" en is er geen onnodig leed.
Uit slechts één op de tweeduizend eieren groeit een mannetje. Vrouwelijke wandelende takken kunnen zich voortplanten zonder tussenkomst van mannelijke wandelende takken. De Indische wandelende tak kan anderhalf jaar oud worden en tot 500 eieren leggen. De eieren zijn 2 mm lange donkere capsules met een dekseltje waarop zich een gelig knopje bevindt. Deze eieren komen na ongeveer twee à drie maanden uit. Mieren vinden de "gelige knopjes" lekker en verspreiden zo de eieren van de wandelende tak.










   © 2002-2010 -  www.de-greef.info