| WANDELENDE
TAK |
Tijdens een
vriendenbezoekje in juni 2002, kwamen wij in aanraking met de
wandelende takken. De kinderen vonden het wel spannend, maar ook
een beetje eng, om zo'n 100 mm lang insect vast te pakken.
Het is de PSG 1, Carausus Morosus, de Indische wandelende tak.
Deze soort is erg eenvoudig te houden en stelt weinig eisen aan
voedsel, temperatuur en huisvesting.
Aangezien deze soort wandelende takken, als ze een maand of 2
zijn, per nacht ongeveer 3 eitjes uit poepen, kregen wij zo'n 15
eitjes in een envelopje mee naar huis.
De enigste informatie die we mee kregen was dat het wel 3 tot 6
maanden kon duren voordat de eitjes uitkomen en dat ze
klimop lusten.

Eenmaal thuis gekomen, snel bij de Boerenbond een plastic
terrarium gehaald en alles klaar gezet in de woonkamer. Zodoende
konden we het geboorte proces van dichtbij meemaken.
In het begin keken we iedere dag vol spanning naar de eitjes op
het keukenpapier in de plastic bak, maar er gebeurde steeds
niets.
Het dagelijks observeren werd op den duur wekelijks, en na een
paar weken waren we de hele bak vergeten. Er werd alleen nog
wekelijks vers voer (klimop) in gezet, maar daar bleef het bij.
Ergens in november 2002, moest ik de telefoon opnemen, en naast
die telefoon stond die plastic bak met eitjes, en stond ik
ineens oog in oog met een 4-tal kleine wandelende takjes.
Deze ca. 10 mm grote insecten worden in dit stadium nymfen
genoemd.
Deze nymfen zijn heel kwetsbaar en kun je maar beter niet
aanraken met je handen. Beter is het om een penseel te
gebruiken.
De nymfen eten meteen klimop, maar een volgroeid blad kan te
hard voor ze zijn, dus misschien kun je beter een aantal bladen
"kneuzen" zodat de nymfen het gemakkelijker kunnen
eten. |
|
 |
|
| VOER |
De
wandelende takken die wij bezitten lusten eigelijk alleen groene
klimop uit eigen tuin. Ook heb ik liguster en braamblad
geprobeerd. Het braamblad lieten ze steeds links liggen, aan het
liguster werd af en toe geknabbeld.
Zet je voedseltakjes altijd in vers water, zorg dat de nimfjes
niet kunnen verdrinken, door er een dekseltje op te doen. Ik
gebruik een klein glazen potje, waarvan ik het dekseltje heb
voorzien van een aantal kleine gaatjes om de takken in te
steken.
Geef niet te veel blad per keer, verwijder alle dode stukjes
blad en alle knoppen en spoel ze af onder de kraan.
Pas met het verschonen van de bladeren op dat je geen kleine
wandelende takjes of eitjes weggooit.
Maar pas altijd op dat de blaadjes goed schoon en onbespoten
zijn. Niet langs de spoorbaan of snelweg plukken en ook niet
waar mensen gif hebben gespoten. |
|
| VERVELLEN |
|
Wandelende
takken groeien niet langzaam, maar ze komen iedere keer wat
groter uit hun oude jasje. Dat vinden wij dan ook het
interessantste aan de wandelende tak.
Ze gaan heel stil op z'n kop aan een stokje of aan het deksel
hangen. Hun oude huid barst in de nek open en heel langzaam
kruipt de nieuwe wandelende tak eruit.
Het is erg leuk om naar te kijken en de vervelling wordt meestal
weer opgegeten of valt op de bodem, waar je hem kunt laten
opdrogen en dan kun je hem bewaren.
Een wandelende tak vervelt 6-7 keer in z'n leventje en wordt bij
iedere vervelling ongeveer de helft langer dan voor het
vervellen.
Het vervellen is een van de gevaarlijkste momenten in het
leventje van een wandelende tak, hij kan vallen en dan gaat het
niet goed. Ook moet het in de bak niet te droog of te nat zijn.
Gelukkig hebben ze geen natuurlijke vijanden bij ons thuis.
Verliest een nymfje een pootje, dan kan er bij een tweede, derde
of vierde vervelling weer een nieuw pootje terug zijn gekomen.
Maar in een later stadium gaat dat niet meer.
|
| LEEFTIJD |
| De soort
die wij hebben wordt als alles goed gaat zo'n anderhalf jaar
oud. Ze bereiken dan een lengte tussen de 80 en 100 mm en kunnen
groen tot bruin gekleurd zijn. |
| |
|
| SOORTEN |
| Er zijn zo'n
kleine 1.000 soorten wandelende takken bekend. Deze hebben
allemaal een PSG nummer gekregen. Er worden jaarlijks nog steeds
een aantal soorten ontdekt. Dus de lijst is nog steeds niet
compleet. |
|
|
| |
|
ACTIVITEIT
|
Wandelende
takken zijn echte nachtdieren. Overdag hangen ze als een echte tak
tussen de bladeren en takken. Je moet dan zelf ook af en toe heel
goed zoeken om er achter te komen of alles nog in de bak zit.
's Nachts worden ze heel actief en als het heel stil is kun je ze
horen eten, of je hoort de eitjes tegen de ruiten van de bak
"geschoten" worden. |
| |
| DOOD |
| Mocht je de
wandelende niet meer leuk vinden, gooi ze dan niet zomaar naar
buiten of in de de vuilnisbak. Ook verdrinken is niet erg
netjes. De beste manier om van je wandelende takken af te komen
is om ze in een bakje te doen en vervolgens dit bakje in de
vriezer te plaatsen. De wandelende takken gaan dan meteen in
winterslaap en in deze slaap gaan ze dan uiteindelijk dood.
Zodoende is er geen onnodig leed voor de wandelende takken.
|
| |
|
EITJES
|
Zoals
eerder geschreven produceren de wandelende takken per nacht zo'n
3 eitjes, en als je dan een 10-tal volwassen wandelende takken
in je bak hebt zitten gaat het wel heel hard. Als je dan niet
oppast heb je in een mum van tijd honderden wandelende takken.
Het beste kun je de eitjes verwijderen bij het verschonen van
het voedsel. Gooi de eitjes niet zonder meer in de vuilnisbak
oid. Persoonlijk doe ik de eitjes samen met de poepjes in een
klein bakje, en zet dit bakje 1 nacht in de vriezer. De eitjes
gaan dan "dood" en is er geen onnodig leed.
Uit slechts één op de tweeduizend eieren groeit een mannetje.
Vrouwelijke wandelende takken kunnen zich voortplanten zonder
tussenkomst van mannelijke wandelende takken. De Indische
wandelende tak kan anderhalf jaar oud worden en tot 500 eieren
leggen. De eieren zijn 2 mm lange donkere capsules met een
dekseltje waarop zich een gelig knopje bevindt. Deze eieren
komen na ongeveer twee à drie maanden uit. Mieren vinden de
"gelige knopjes" lekker en verspreiden zo de eieren
van de wandelende tak.
|
|